De dag van… Ali

Ali Harbelioğlu, ICT bedrijfsvoering en beheer scholen

Ook in deze editie van de Spaarnesant nieuwsbrief nemen we in de rubriek ‘De Dag Van…’ weer een kijkje in het werkzame leven van een van onze 919 collega’s. En stellen de vraag: Wat doe jij eigenlijk de hele dag?

Misschien is Ali wel één van onze bekendste Spaarnesant-collega’s. In ieder geval is hij op veel scholen een graag gezien gezicht. Niet alleen collega’s herkennen hem in de gangen, ook veel kinderen weten precies wie hij is. “Hé Ali!” klinkt het dan, vaak gevolgd door een boks of een high five. Voor deze editie van De Dag Van lopen we een dag met hem mee.

Je functietitel is ‘ICT bedrijfsvoering en beheer scholen’. Dat is nogal een mondvol. Wat doe je precies?

Eigenlijk doe ik van alles op het gebied van ICT voor de scholen. Denk aan MacBooks, iPads, printers, telefoons en digiborden. We bereiden vanuit ICT ook laptops voor, zodat collega’s daar meteen mee aan de slag kunnen. Verder komen er heel uiteenlopende vragen binnen, via tickets of op andere manieren. Ik ga vaak langs op scholen om problemen ter plekke op te lossen.

Waar begint jouw werkdag meestal mee?

Mijn dag begint vroeg. Ik sta rond vijf uur op en ga dan eerst anderhalf uur naar de sportschool. Daarna bereid ik me voor op mijn werkdag. Meestal start ik ’s ochtends op het stafbureau. Daarna kijk ik wat er aan vragen is binnengekomen en bepaal ik op basis van de prioriteiten naar welke scholen ik ga.

Stel dat we een dag met je meelopen, wat zien we je dan doen?

Dan zien jullie vooral dat ik veel onderweg ben. Meestal kom ik op een school voor een specifieke vraag, maar als ik door de gangen loop hoor ik vaak: ‘Hé Ali, goed dat je er bent!’ Of: ‘Nu ik je toch zie, kun je hier ook even naar kijken?’ Op sommige scholen herkennen de leerlingen me ook. Dan roepen ze ‘Hé Ali!’ en willen ze een boks of een high five. Dat vind ik echt heel leuk.

Wat is een typische ‘Ali lost het wel op’-situatie?

Vaak gaat het om iets met een digibord: het touchscreen werkt niet, er is geen beeld of iets reageert niet. Soms is het ook iets heel simpels, zoals een kabeltje dat niet goed zit of een vergrendeltoets die per ongeluk is ingedrukt. Ook vragen over de authenticator of ipads komen vaak voor. Ik vind het niet erg als het achteraf iets kleins blijkt te zijn. Collega’s hoeven zich daar echt niet bezwaard over te voelen. Ik vind het juist hartstikke leuk om voor ook de kleine dingen langs te komen.

Wanneer is een werkdag voor jou geslaagd?

Als ik veel op scholen ben geweest en mensen heb kunnen helpen, zonder dat ik hoef te haasten. Daarom noem ik liever geen exacte tijd waarop ik ergens ben. Ik weet inmiddels: als ik voor één vraag kom, blijft het meestal niet bij één vraag. Vaak komen er vanzelf nog twee of drie dingen bij.

Wat regelen jullie bij ICT dat collega’s misschien niet altijd zien?

Er gebeurt veel achter de schermen. Als iemand een nieuwe laptop komt ophalen, is die al helemaal voorbereid en gebruiksklaar gemaakt. Daarnaast houden we ons bezig met autorisaties, veiligheid, AVG en privacy. Ook zorgen we ervoor dat digitale omgevingen veilig zijn voor leerlingen, bijvoorbeeld door bepaalde websites af te schermen.

Je begon ooit als stagiair. Wat maakt dat je bent gebleven?

Ik ben ooit begonnen met een snuffelstage. Wat ik mooi vond, is dat hier werd gekeken naar wat wel kon. Een voorwaarde om hier te kunnen werken was mijn rijbewijs halen, en dat heb ik gedaan. Daarna ben ik eigenlijk gebleven. Het werk past bij me: ik ben veel onderweg, kom op veel scholen en kan collega’s direct helpen.

Je hebt aan één hand een beperking. Merk je dat in je werk?

Eigenlijk heel weinig. Soms alleen als ik zware of grote dingen moet tillen, bijvoorbeeld een dozen iPads of andere appratuur. Dan loop ik wat vaker heen en weer, of ik vraag of iemand even wil helpen.

Je bent van maandag tot en met donderdag veel op scholen te vinden. Hoe ziet je vrijdag eruit?

Dan ben ik meestal wat minder op de scholen. Dat is dus niet mijn favoriete dag (zegt hij lachend). Maar soms halen we dan een kapsalon met het ICT-team. Niet te vaak natuurlijk.


Wie Ali een dag volgt, ziet iemand die veel meer doet dan ICT-problemen oplossen. Hij brengt rust, denkt mee, helpt verder en is zichtbaar blij als hij iets voor een school kan betekenen. Ali praat nuchter over wat op zijn pad komt en maakt dingen niet groter dan ze zijn. Tegelijkertijd wordt gaandeweg in het gesprek duidelijk dat zijn beperking hem ook heeft gevormd. Omdat zijn hand niet alles kan, ontwikkelde hij een sterke drive om te laten zien dat hij het wel kan. Misschien verklaart dat ook waarom sporten zo’n belangrijke plek in zijn leven heeft gekregen: vroeg opstaan, trainen, discipline opbouwen, sterker worden en blijven bouwen aan zichzelf.

Dat Ali zich inmiddels ruimschoots heeft bewezen, staat buiten kijf. Met zijn nuchterheid, optimisme en humor is hij een fijne en inspirerende collega. Misschien klinkt juist daarom zo vaak: “Hé Ali, goed dat je er bent.”