Overstappen binnen Spaarnesant: nóg meer enthousiasme voor het vak

Aan de muur hangt een leerwand. Geen verzamelplek voor werkjes, maar een manier om het leerproces te laten zien: wat hebben we geleerd en hoe groeit dat? Dat spreekt Asmara Kox aan op de Cruquius school, waar ze met IPC en formatief handelen werkt. “Bij het dino-thema kijk ik niet naar hoe mooi een tekening is, maar of een kind kenmerken kan noemen, snapt in welk tijdperk de dino leefde en dat kan uitleggen.

Sommige mensen maken een stap; Asmara maakte een sprong. Bijna twintig jaar werkte ze als apothekersassistent, en later ook in een bredere farmaceutische rol. Maar op een gegeven moment paste het niet meer. “Achteraf denk ik: ik had dit veel eerder moeten doen.” Ze kwam in het onderwijs terecht als onderwijsassistent en werkte op verschillende Spaarnesant-scholen. Uiteindelijk belandde ze op de Erasmus, waar ze ook de stap zette naar de (digi)pabo. “Op de Erasmus heb ik het lesgeven echt geleerd,” zegt ze. “Methodisch werken, gedrag, groepsdynamiek, dat gaf me een stevige basis voor het vak.”

Juist vanuit die basis werd ze nieuwsgierig naar andere manieren van werken. Via het Collegiaal Waarderend Onderzoek (CWO) keek ze mee op de Cruquius school. “Ik vond de manier van lesgeven zó leuk, IPC, maatwerk, de ruimte om te ontwerpen, dat ik meteen dacht: als hier ooit een vacature komt, wil ik hier graag werken.” Tegelijk zat ze nog goed op de Erasmus. “Ik hoefde niet weg, ik had het daar echt naar mijn zin”

Tot vlak voor de meivakantie ineens die vacature voorbij kwam: ‘Cruquius school middenbouw’. Thuis zei haar man: “Waarom probeer je het niet?” Asmara lacht: “Die vrijdag heb ik mijn brief geschreven, cv erbij en verstuurd. In de meivakantie werd ik al gebeld. Meteen na de vakantie vond het gesprek plaats en een week later was ik aangenomen.”

Ze werkt normaal drie dagen, maar ging dit schooljaar tijdelijk vier dagen werken. Door verlof van een collega én om deze manier van werken echt goed in de vingers te krijgen. “Je hangt minder aan een methode. Je kijkt steeds: wat is het leerdoel, wat heeft deze groep nodig?” Soms betekent dat ook: afwijken. “Inmiddels voel ik me vrijer om te zeggen: deze rekenles past nu niet, ik ga het anders doen. En dat bespreek ik met de rekenspecialist.”

  • Asmara bij de IPC-leerwand op de Cruquius school

  • Die manier van kijken merkt ze ook in haar eigen ontwikkeling. Overstappen vond ze best spannend: een andere school, andere kinderen, en een manier van lesgeven die ze zich echt eigen moest maken.

    “Ik krijg begeleiding op een positieve manier: niet ‘dit moet zo’, maar ‘je bent goed op weg, je zou dit ook nog kunnen laten zien.’”

    Dat past bij hoe er op de Cruquius school gewerkt wordt: leren stap voor stap zichtbaar maken.

    En als collega’s nieuwsgierig zijn naar een andere plek? Asmara houdt het simpel: doe mee aan collegiaal waarderend onderzoek of loop een dag mee, dan voel je pas echt of het past.